Een rijopleiding is gefaseerd opgebouwd. Dat betekend dat je de vaardigheden in delen opbouwt. Tijdens je autorijlessen oefen je de vaardigheden die je al hebt geleerd, en als dat goed verloopt, dan komt daar nog een vaardigheid bij dat je dient te leren.

 

Basisuitgangspunten bijzondere manoeuvres

Bijzondere manoeuvres zijn één van de onderdelen die je leert tijdens de autorijlessen.   Om je een beeld te geven over de onderdelen die aan je geleerd worden, bespreken wij de basisuitgangspunten bijzondere manoeuvres.

Verantwoord, veilig en milieubewust

De examinator verteld je wat de bedoeling is. Je moet er zelf voor zorgen dat je de opdracht voor de bijzondere manoeuvre op een verantwoord, veilig  en milieubewuste manier uitvoert. Wij zullen bij ieder bijzondere manoeuvre de handelingen uitleggen.  Bij ieder bijzondere manoeuvre moet de kandidaat er rekening mee houden dat hij de overige weggebruikers zo min mogelijk hindert en voor dient te laten gaan.  Effectief kijken en goed opletten is bij ieder bijzondere manoeuvre natuurlijk een must. Echter worden de kijktechnieken niet besproken.  De kijktechnieken zijn afhankelijk van de situatie waarin je op dat moment  zit. Dit geldt tevens voor het bedienen van de bedieningsmechanismen  van de lesauto (zoals richtingaanwijzers , schakelen, remmen etc. ). Houdt rekening dat je de bijzondere manoeuvres uitvoert op een plaats waar je voldoende gelegenheid hebt om dit te kunnen doen.

Categorieën bijzondere manoeuvres 

Er zijn een aantal bijzondere manoeuvres dat tijdens het praktijkexamens worden getoetst. Wij onderscheiden ze in een aantal categorieën:

  • Omkeeropdracht
  • Parkeeropdracht
  • Stopopdracht
  • Eventueel de hellingproef

Omkeeropdrachten

Als de examinator je een omkeeropdracht geeft dan kan je kiezen welke bijzondere manoeuvre het beste past gezien de verkeerssituatie waarin je zit. Je kunt hiervoor kiezen uit:
• Keren door middel van steken
• Halve draai
• Bocht achteruit rijden
• Haaks parkeervak voorwaarts of achterwaarts het vak in rijden en keren.

Keren d.m.v. steken
Stop aan de rechterkant van de rijbaan. ( Houd rekening met de juiste afstand.) Stuur met een lage en constante snelheid scherp naar links. Net voordat de voorbanden van de lesauto de trottoirband ( oftewel stoeprand) raken, dien je terug te sturen naar rechts. De voorbanden mogen zachtjes de trottoirband raken. Zet je versnelling is z’n achteruit. Bij het achteruitrijden stuur je naar rechts.  Net voordat de achterbanden van de lesauto de trottoir bereiken stuur je terug naar links. De achterbanden mogen zachtjes de trottoirband raken.  Schakel naar de eerste versnelling. Bij het oprijden stuur je naar links. Je voert je snelheid op en vervolgt de weg op je eigen weghelft.

Halve draai
Stop aan de rechterkant van de rijbaan.  ( Houd rekening met de juiste afstand.) Eventueel naar rechts het parkeervak op of ander weggedeelte dat je kunt gebruiken. Daarna zo snel mogelijk met een lage en constante snelheid naar links sturen.  Kort voor het einde van de draai de lesauto weer in de rechtuit stand brengen en de snelheid opvoeren. Je volgt de weg op je eigen weghelft.

Bochtje achteruit
Stop aan de rechterkant van de rijbaan. ( Houd rekening met de juiste afstand.) Als je stilstaat dienen de wielen recht te staan. Je draait je bovenlichaam zodat je zicht naar achter goed is.  Bij het achteruitrijden mag je ervoor kiezen om je rechterhand te steunen terwijl je langzaam achteruit rijdt. Door het maken van kleine stuurbewegingen rijdt je evenwijdig aan de rijbaankant.  Je stopt op een punt waar je weer vooruit kan rijden naar de gewenst richting.

bijzondere manoeuvres

.

Parkeeropdrachten

Als de examinator je een parkeeropdracht geeft dan kan je kiezen welke bijzondere manoeuvre het beste past gezien de verkeerssituatie waarin je zit. Je kunt hiervoor kiezen uit:

• File parkeren voorwaarts
• File parkeren achterwaarts
• Parkeren in een vak voorwaarts
• Parkeren in een vak achterwaarts

File parkeren voorwaarts
Stoppen voor de plaats waar je vooruit wenst in te parkeren ( mits nodig). Je rijdt vooruit met een lage en constante snelheid en bepaald het moment dat je moet insturen. Je dient vlot en maximaal te sturen. Kort voor de trottoirbanden terugsturen. Stop de lesauto zodra de auto evenwijdig aan de trottoirbanden rijdt.

File parkeren achterwaarts
Stop naast het voertuig waarachter je wilt parkeren. Zorg dat de wielen hierbij recht staan. De achterkant van de lesauto is ongeveer op gelijk aan de achterkant van de andere auto. Rijdt achteruit en stuur in en uit op het juiste moment.

Parkeren in een vak voorwaarts
Stop twee vakken voor het parkeervak waar jij wilt parkeren ( mits nodig). Oprijden en het moment van inrijden bepalen. Vlot en gedoseerd insturen.  Zet de wielen rechtuit zodra je het vak bent ingereden.

Parkeren in een vak achterwaarts
Stop twee vakken voor het parkeervak waar jij wilt parkeren. Rijd langzaam achteruit tot het punt waarbij je vlot kan insturen om in het vak uit te komen. Als je in het vak staat dienen de wielen recht te staan.

Stopopdracht

Stuur naar de rijbaankant waar je dient te stoppen. Kort voor de trottoirbanden terugsturen.  Je moet rekening houden dat je stopt op een punt waar je ook makkelijk weer vooruit weg kan rijden. Let erop dat je bij het wegrijden niet gaat droogsturen.

Hellingproef

De lesauto op een helling laten stoppen en weer wegrijden, zonder dat de auto naar achteren rolt of dat de motor afslaat.  De hellingproef kan worden verricht op een stijgend als wel op een dalende helling. Let hierbij weer op je kijkgedrag ( per situatie in te schatten. En dat je de overige weggebruikers niet belemmerd en voor laat gaan.

 

Wij hebben in het kort een theoretische uitleg gegeven over het onderdeel bijzondere manoeuvres. In praktijk kan de situatie een ander verloop hebben.